Nieuws: 1 november 1966 - 1 november 2016 50 jaar familie bedrijf
Hier bent u: Diverse spelactiviteiten > Klootschieten

Klootschieten

Het doel

Het doel van het spel is om met het minst aantal schoten (worpen) een parcours af te leggen.

De werptechniek

De kloot moet onderhands worden gegooid. Dit gebeurd meestal door een zwaai met de arm van ongeveer 180į. In sommige streken van Twente hanteert men de slingerworp (rondslag). Er mag met aanloop worden gegooid.

De teams

Een team bestaat normaal gesproken uit 4 personen, teams van 3 of 5 personen zijn ook toegestaan. Hoewel er heren en dames teams zijn komen ook gemengde teams veel voor. Of men met een heren, dames of mix team deelneemt is mede afhankelijk van de competitie of het toernooi waaraan men meedoet.

Het parcours

Een parcours heeft meestal een lengte van 3 ŗ 4 kilometer en kan bestaan uit verharde en onverharde wegen. Bij toernooien kan een parcours van meer dan 10 kilometer ook voorkomen.

De winnaar

Het team dat het parcours met het minst aantal schoten heeft afgelegd is de winnaar. Indien er meerdere teams met hetzelfde aantal schoten zijn geŽindigd dan is het team dat de meeste meters over de finish heeft gegooid winnaar.

Het spelverloop

Er wordt gespeeld met 2 of 3 teams tegen elkaar. Elk team heeft een 'schrijver' die het aantal schoten per schutter noteert voor zowel het eigen team als dat van de tegenstander. Onderweg vergelijken de schrijvers de stand regelmatig, dit om onregelmatigheden zo spoedig mogelijk op te kunnen lossen. Het is ook gebruikelijk dat elk team een hark bij zich heeft om de kloten die bv in een sloot liggen te kunnen pakken.

De teamleden schieten om de beurt, steeds in een van tevoren bepaalde volgorde. Door zo hard en vooral zuiver mogelijk te gooien trachten zij de kloot zo ver mogelijk over de straat te laten rollen. Op de plaats waar de kloot stil blijft liggen schiet de volgende van het team. Als de kloot in de berm of in een sloot is gerold dan wordt de plaats vanwaar weer op de weg geschoten mag worden bepaald door een denkbeeldige rechte lijn haaks op de weg.

Bochten en kruisingen mogen worden afgesneden, het zogenaamde 'zetten'. Bij het zetten moet de kloot de weg raken of over de weg heen gaan. Lukt dit niet dan moet de volgende schutter van het team op dezelfde plek een nieuwe poging ondernemen.

Het team waarvan de kloot achterop ligt moet altijd het eerst schieten, net zolang tot ze voorbij de kloot van de tegenstander zijn. Op deze manier blijven de teams steeds bij elkaar.

Als de kloot tijdens een worp een tegenstander of zijn spullen raakt dan mag de schutter een nieuwe poging wagen.

De teamleden die nog niet moeten gooien lopen vooruit om de teamgenoot aanwijzingen te kunnen geven en op te letten waar de kloot heen gaat.

Van het laatste schot dat over de finish gaat worden de meters dat de kloot over de finish is gegaan genoteerd. Dit om bij een gelijk aantal schoten de uiteindelijke winnaar te kunnen bepalen.

Het gemiddelde aantal meters is sterk afhankelijk van de schutter(s) en de wegen waarop geschoten wordt. Uitschieters van meer dan 200 meter zijn echter wel degelijk mogelijk.